De meerwaarde van coöperaties

Coöperaties sporen de lokale bedrijvigheid aan. Uniek is dat ze vaak aan heel lokale gemeenschappelijke behoeftes (dorpsrestaurant, groentepakketten, stadslandbouwgrond, supermarkt, ...) tegemoet komen en dat het aandelenkapitaal lokaal verankerd blijft. De burger, de werker, de producent of de consument vanuit stad, gemeente of regio: samen zijn ze eigenaar van de onderneming. Mogelijke meerwaarde vloeit ook terug naar deze lokale aandeelhouders en de lokale gemeenschap. Deze lokale verankering van de coöperatie creëert lokale werkgelegenheid en wakkert ondernemingszin aan bij lokale initiatieven. Want de coöperatie kan een antwoord bieden op de vraag van vele lokale initiatieven om verder te professionaliseren door de stap te zetten naar een vennootschapsvorm. Als zelfstandige ondernemingen en organisaties zich verenigen om zich te wapenen tegen grote spelers, biedt de coöperatie niet alleen en middel om levensvatbaar te blijven door schaalvoordelen te genereren. De coöperatie bewaart ook de lokale eigenheid.  Dit is belangrijk voor de lokale welvaart en werkgelegenheid van Vlaamse kmo's of voor toegankelijkheid van goederen en diensten. Het vergrijzen van bedrijfsleiders van Vlaamse kmo'sdie geen opvolger vinden is een groeiend probleem. In plaats van deze ondernemingen ofwel aan een kleine bevoorrechte groep van aandeelhouders of zelfs aan buitenlandse investeerders over te dragen, kan het model van de werkerscoöperatie een interessante piste zijn om lokale eigenheid te bewaren en eigenaarschap en zeggenschap te verbreden naar de werknemers.

Vele coöperaties ontstaan omdat ze een antwoord willen bieden op lokale maatschappelijke uitdagingen die een directe link hebben met de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's). Denk maar aan hernieuwbare-energieproductie, duurzame woonmodellen, duurzame mobiliteit, korteketenlandbouw, duurzame zorgmodellen enzovoort. Het coöperatieve ondernemingsmodel vertrekt vanuit een langetermijnvisie en schenkt in haar bestuursmodel aandacht aan de toekomstige generaties.  

Steeds meer staat de coöperatie in de schijnwerpers, omdat deze organisatievorm vele troeven biedt voor het beheer van onze ‘commons’. Dankzij het werk van o.m. Nobelprijswinnares Elinor Ostroem, toont onderzoek aan dat onze commons duurzamer beheerd worden als dat door de lokale gemeenschap gebeurt. Het coöperatieve model biedt ook bij uitstek kansen voor directe burgerparticipatie. Mede-eigenaarschap en medezeggenschap creëren meer betrokkenheid en verantwoordelijkheidszin bij de burger.

Bovendien mikken burgercoöperaties er op om hun producten en diensten aan een zo groot mogelijke doelgroep aan te bieden. Ze willen zoveel mogelijk mensen betrekken bij hun werking en de gecreëerde meerwaarde met hen delen. Voor lokale besturen kan dit bovendien interessant zijn in het kader van het draagvlak vergroten voor duurzame beleidskeuzes.

Autonomie is een ander wezenlijk aspect van de coöperatie. Ze financiert zich dan ook vooral met eigen kapitaal via haar vennoten. Het financieringsmodel van de coöperatie kan nieuwe mogelijkheden bieden voor bijkomende financiering van lokale ambities van de burger of beleidsmaker. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarbij de overheid zich uit bepaalde activiteiten terugtrekt (bv. lokale ontmoetingsruimte), of waar de toegankelijkheid, kwaliteit of betaalbaarheid van bepaalde goederen en diensten in het gedrang komt (bv. zorgbehoeften) of nog, waar lokale overheden willen investeren in duurzame goederen of diensten maar onvoldoende financiering kunnen vinden (bv. lokale energievoorziening, rationeel energieverbruik bij burgers en overheden).

Bovendien bevorderen coöperaties de sociale cohesie binnen de lokale gemeenschap en dragen ze bij tot vermindering van de ongelijkheid tussen mensen, of dit nu sociale- of inkomensongelijkheid is. Zo verbinden coöperaties vaak mensen met elkaar door samen een gedeelde of maatschappelijke behoefte te vervullen én door iedereen een gelijke stem te geven in dit gezamenlijke project. Vele burgercoöperaties beperken het maximaal aantal aandelen per coöperant om zoveel als mogelijk mensen de mogelijkheid te geven om in de gezamenlijke meerwaarde  van de coöperatie te delen.  Zo wordt welvaart gedemocratiseerd in plaats van geconcentreerd in handen van enkele aandeelhouders.